Ga naar de inhoud- Imp. – Impressit (Latijn: “heeft gedrukt”), vaak gebruikt bij grafische kunst.
- AP – Artist’s Proof (proefdruk voor de kunstenaar).
- Fecit – (Latijn: “heeft het gemaakt”), vaak gebruikt in combinatie met een naam.
- Pinx. – Pinxit (Latijn: “heeft geschilderd”).
- Sc. – Sculpsit (Latijn: “heeft gegraveerd”), gebruikt bij prenten.
- Del. – Delineavit (Latijn: “heeft getekend”).
- Inv. – Invenit (Latijn: “heeft ontworpen”).
- Lith. – Lithographia (lithografie, steendruk).
- Exc. – Excudit (Latijn: “heeft uitgegeven”), vaak op prenten te vinden.
Afkortingen in technieken en materiaalgebruik:
- E.A. – Épreuve d’artiste (Frans: proefdruk voor de kunstenaar).
- H.C. – Hors Commerce (niet voor verkoop bestemde proefdruk).
- P.P. – Printer’s Proof (proefdruk voor de drukker).
- O.O. – Olie op doek (bij schilderijen).
- G.A. – Gemengde technieken (vaak bij grafiek en moderne kunst).
Afkortingen in catalogi en herkomst:
- C.A. – Circa (ongeveer, bij datering).
- Ex Coll. – Ex Collectione (afkomstig uit de collectie van).
- R.A. – Royal Academy (bij Engelse kunstenaars).
- NG – National Gallery (verwijzing naar een collectie).
Afkortingen in signaturen en toeschrijvingen:
- Opus (Op.) – Werk van een kunstenaar, vaak gevolgd door een nummer (bv. Op. 23).
- Aq. Ft. – Aqua Fortis (ets, zuur gebruikt bij gravures).
- Aq. Tn. – Aqua Tinta (aquatint, een etstechniek).
- Grav. – Gravé par (gegraveerd door).
- Inc. – Incidit (heeft gesneden, vaak bij houtsnedes).
- Libr. – Librarius (boekillustrator).
- Fac. – Faciebat (Latijn: “heeft gemaakt”, vergelijkbaar met fecit).
- C.P.E. – Cum Privilegio Excudit (met privilege uitgegeven, verwijst naar officiële toestemming voor publicatie).
Afkortingen in technieken en materiaalgebruik:
- M.T. – Mixed Techniques (gemengde technieken).
- S.P. – State Proof (een proefdruk vóór de definitieve staat van een prent).
- S.E. – Signed Edition (gesigneerde editie).
- R.T.P. – Right to Print (goedkeuringsproef door de kunstenaar of drukker).
- O.B. – Olie op board (schilderij op vezelplaat).
- Giclée – Moderne printtechniek met inktjet.
Afkortingen in catalogi, collecties en veilinghuizen:
- C.R. – Catalogue Raisonné (een complete catalogus van het werk van een kunstenaar).
- Cat. – Catalogus (vermelding in een overzichtslijst).
- P.D. – Public Domain (kunstwerk is niet meer auteursrechtelijk beschermd).
- Ex Mus. – Ex Museo (uit het museum van…).
- Inv. No. – Inventarisnummer van een kunstwerk in een museum of collectie.
- Rkd – Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (Nederlandse kunstarchieven).
- Sot. – Sotheby’s (bekend veilinghuis).
- Chr. – Christie’s (ander bekend veilinghuis).
Afkortingen in signaturen en toeschrijvingen:
Latijnse afkortingen (vaak op oude prenten en schilderijen):
- Ad Viv. Del. – Ad Vivum Delineavit (naar het leven getekend).
- Comp. – Composuit (heeft het samengesteld/gecomponeerd).
- Effig. – Effigiavit (heeft geportretteerd).
- Ex. – Exemplar (kopie of afdruk van het origineel).
- F. – Faciebat (heeft het gemaakt, vergelijkbaar met fecit).
- F. & S. – Fecit et sculpsit (heeft het gemaakt en gegraveerd).
- Inc. – Incidit (heeft gesneden, vaak bij houtsnedes).
- Inv. & Del. – Invenit et Delineavit (heeft het ontworpen en getekend).
- P. – Pinxit (heeft geschilderd, vaak na een naam).
- Sc. – Sculpsit (heeft gegraveerd).
- Stat. – Statuit (heeft gebeeldhouwd).
Franse en Engelse afkortingen:
- Grav. – Gravé par (gegraveerd door).
- D’Ap. – D’Après (naar het werk van, dus een kopie naar een origineel).
- Lith. – Lithographié par (lithografie door).
- Del. – Delineavit (getekend door).
- Eng. – Engraved by (gegraveerd door).
- Etch. – Etched by (geëtst door).
- Imp. – Impressit (gedrukt door).
- Pub. – Published by (uitgegeven door).
- Scr. – Scripsit (geschreven door, soms op kalligrafie of handgetekende werken).
Overige signatuur-gerelateerde afkortingen:
- A. – Alias (gebruikte een andere naam of pseudoniem).
- C. – Cum (samen met, kan verwijzen naar een samenwerking).
- H. – Hand (handgeschreven signatuur).
- Op. – Opus (werk van een kunstenaar, vaak met nummer).
- Pr. – Printed by (gedrukt door).
Afkortingen in techniek en materiaalgebruik:
Schildertechnieken:
- O.O. – Olie op doek (schilderij in olieverf op linnen of katoen).
- O.P. – Olie op paneel (olieverfschilderij op een houten ondergrond).
- A.O. – Acryl op doek (acrylverf op linnen of katoen).
- A.P. – Acryl op paneel (acrylverf op hout).
- G.O. – Gouache op papier (dekkende waterverf op papier).
- T.O. – Tempera op doek (verf op eierbasis op linnen).
- T.P. – Tempera op paneel (schildering in tempera op hout).
- W.O. – Waterverf op papier (aquareltechniek op papier).
Tekentechnieken:
- C.O. – Conté op papier (tekening met contékrijt).
- K.O. – Kleurpotlood op papier.
- I.O. – Inkt op papier (pen- of penseeltekening).
- H.O. – Houtskool op papier.
- P.O. – Pastel op papier (pasteltekening).
Grafische technieken (drukkunst):
- E.A. – Épreuve d’artiste (proefdruk voor de kunstenaar).
- H.C. – Hors Commerce (niet voor verkoop bestemde proefdruk).
- P.P. – Printer’s Proof (proefdruk voor de drukker).
- R.T.P. – Right to Print (de goedgekeurde drukproef).
- B.A.T. – Bon à Tirer (drukvoorbeeld goedgekeurd door de kunstenaar).
- S.P. – State Proof (proefdruk van een tussenfase in het drukproces).
- Imp. – Impressit (afgedrukt door, gebruikt bij prenten).
- Ex. – Exemplaar (nummering van een prent, bijvoorbeeld Ex. 5/50).
Druktechnieken:
- Aq. Ft. – Aqua Fortis (etsen met zuur).
- Aq. Tn. – Aqua Tinta (een aquatint-techniek).
- Ch. – Chine collé (een techniek waarbij dun papier op dikker papier wordt geplakt).
- Engr. – Engraving (gravuretechniek).
- Lith. – Lithografie (steendruk).
- Serig. – Serigrafie (zeefdruk).
- Woodcut – Houtsnede.
- Linocut – Linosnede.
- Monoprint – Eenmalige afdruktechniek met unieke resultaten.
Beeldhouwtechnieken en materialen:
- Br. – Brons (bronsgietwerk).
- Mrb. – Marmer (marmeren beeldhouwwerk).
- Gr. – Graniet (beeldhouwwerk in graniet).
- Houtsculptuur – Houtsnijwerk of beeldhouwwerk in hout.
- Terrac. – Terracotta (gebakken klei).
- Cem. – Cement (beeldhouwwerk in cement of beton).
- Gips – Gipsbeeld of mal.
Overige technieken en materialen:
- M.T. – Mixed Techniques (gemengde technieken).
- G.A. – Gemengde technieken op papier.
- Coll. – Collage (gecombineerde materialen op een ondergrond).
- D.O. – Druk op doek (bij bijvoorbeeld giclée reproducties).
- D.P. – Druk op papier (kunstdruk).
- Giclée – Een moderne digitale printtechniek met hoogwaardige inkt.
- Inst. – Installatiekunst (een ruimtelijk kunstwerk).
- Mult. – Multiples (serieproductie van een kunstwerk, bv. door een kunstenaar goedgekeurde reproducties).